21 juli – Chisinau en naar huis

Vandaag hebben we een vrije ochtend en mijn wekker staat daarom om 7.30. Bij het ontbijt, wat dit keer in de kelder is, zie ik Marika en die heeft wel oren om ook naar de markt, Piata Centrala, te gaan. Ik ga alvast naar mijn kamer en pak mijn tas zover ik kan in. Even later komen Marika en Marijke even langs om hen in te checken. Tegen half tien gaan we op weg. De mevrouw bij de receptie had ons gezegd dat we met de minibus 114 moeten gaan. Het probleem is echter dat we niet weten wanneer die komt. We gaan op de straat staan waar de bus langs komt en zien veel minibusjes, helaas niet 114. We besluiten door te lopen naar de grote gewone bus. De halte is misschien iets verder, maar eigenlijk elke bus is goed en ze rijden heel vaak. Zodra we aankomen kunnen we direct instappen. Bij het grote kruispunt stappen we uit en zijn we inderdaad bij de markt, Piata Centrala. De markt is ontzettend groot en er is van alles te koop. Uiteraard is er groente en vlees te krijgen, maar ook kleren, lampen en drogisterijartikelen. Ik hoopte nog om hier de frambozenjam voor Peter te kunnen kopen, maar die hebben we niet gezien.
Op de heenweg in de bus zijn we langs een marktje gereden met souvenirs. Hier wil ik nog wel even langs. Marijke besluit terug te gaan en Marika gaat met mij mee. We zijn over de markt al aardig richting het hotel gelopen, maar we weten niet precies hoever. We hebben ook een beetje een tijdsdruk en besluiten de bus te nemen. We zien wel hoeveel haltes het zijn. Het blijkt er maar één te zijn, maar voor 20 LEI (0,50 euro) moet dat kunnen. Marika en ik lopen even over de markt en het merendeel is de gebruikelijke troep. Ik zie wel twee mooie schilderijen, waarvan er een me echt wel aanspreekt. Er staat ook een prijs op 550 LEI (27,50 euro), dat helpt ook. Marika besluit terug te lopen. De bus zouden we anders ook maar weer een halte moeten nemen. Ik besluit toch het schilderij te kopen. Op het eerste gezicht dacht ik dat iemand allemaal klodders verf op het doek had gesmeten, maar als je even langer kijkt zie je vissen. Ik moet het geld wel eerst even pinnen, maar de pinautomaat is bij de markt. Ik betaal het schilderij en de vrouw die het verkoopt vertelt er nog iets over, maar meer dan “Russia” versta ik niet. Misschien komt het schilderij wel uit Rusland?
Met het schilderij loop ik ook richting het hotel. Ik passeer dan wel een McDonald’s. Mooie plek om van mijn laatste geld af te komen en een vroege lunch te kopen. Een gegrilde kip burger is 54 LEI (2,70 euro) en dat is precies nog wat ik heb. Burgers eten is al niet het makkelijkste om te doen, maar lopend maak ik er helemaal een zooi van. Gelukkig zitten er veel servetten bij om mijn handen schoon te maken.
Om kwart over elf ben ik weer in het hotel. Ik ga snel over de douche en trek mijn “vliegtuig kleren” aan, oftewel een lange broek en mijn wandelschoenen. Ik ben netjes om kwart voor twaalf beneden. De bus is er al, dus wordt alles direct ingeladen.
Het is een kort ritje naar het vliegveld, zo’n 20 minuten. Ze zeggen gedag tegen Tudor, onze chauffeur en gaan de vertrekhal in. We zijn netjes 2 uur voor vertrek op de luchthaven. Na het inchecken van de bagage lopen we direct door naar de paspoortcontrole en daarachter de security. Er tussen is nog een wc, maar als we er langs lopen blijkt die dicht te zijn. Ik kan mijn drinkfles nu niet meer leeg gooien.
Ik leg mijn spullen op de band om gecheckt te worden en de beveiliger schudt mijn fles en zegt dat ik het weg moet gooien. Ik wijs om me heen en zeg dat de wc dicht is. Hij vindt het ineens best en mijn fles gevuld met water gaat door de scan. Aan de andere kant pakt een andere beveiliger mijn fles en schudt er aan. Ook hij vindt dat die leeg moet. Ik zeg weer dat de wc dicht is en ik krijg het commando “drink”. Nou dat doe ik dan maar. Ik neem een aantal slokken en het is goed. Marijke had nog een plastic flesje water en dat gaat zo de prullenbak in.
Even kijken wat er te koop is hier. Marika vindt in het slijterij gedeelte een rek met jam, ook frambozenjam. Of het uit Soroca komt weet ik niet, maar er staat dat het geproduceerd is in Moldavië. Prima. Ik ben in een gulle bui, dus Peter krijgt zelfs twee potjes jam à 2 euro p.p. In Nederland zijn ze goedkoper. Ik neem ook nog een pot met ingemaakt kersen mee, zodat ik thuis nog eens een gevulde pannenkoek kan maken.
Mooi op tijd kunnen we instappen. We hebben nu een groter vliegtuig met zes stoelen per rij. Het vliegtuig is zeker niet vol, wat ruimte geeft voor de handbagage. Ik zit naast het raam en daar past mooi mijn schilderij.
We stijgen zo’n 10 minuten te vroeg om 14.20 op en aangezien de vluchttijden altijd te lang worden ingepland zijn we ook te vroeg op Frankfurt, wel een half uur, om 15.40. Dit komt wel mooi uit, want we hadden maar een overstap van 1 uur en 10 minuten. Hopelijk komen nu, met deze extra tijd, alle koffers mee. Ik zit zoals gezegd naast het raam en naast mij zitten Leni en Jacob. Zij hebben assistentie aangevraagd. Ik blijf gewoon zitten tot iedereen weg is en ga dan met hen mee het vliegtuig uit. Een rij achter ons zit Ida, die ook assistentie heeft. We zijn vlakbij de gate aangelegd waar we zo van vertrekken, maar we mogen hier niet de terminal in. We zijn nu namelijk bij de Schengen terminal. We worden dus met een bus naar een andere terminal gebracht om door de paspoortcontrole te gaan. Bij het verlaten van het vliegtuig verteld de purser mij dat de assistentie niet hier al is, maar dat we met de gewone bus mee moeten en dat daar de assistentie staat te wachten, oké.
We gaan als laatste de bus in, maar gelukkig staan er direct mensen op zodat Ida, Leni en Jacob kunnen zitten. Aangekomen bij de andere terminal zien we alleen een rolstoel, maar geen mensen van de assistentie. Er staat wel een vrouw met een laptop, maar die is van een andere firma en geeft informatie aan overstappers. Na enig aandringen belt ze iemand om te vragen waar de assistentie blijft. We moeten gewoon wachten. De rest van de groep gaat verder en wij blijven met z’n vieren wachten. Jacqueline deed ook haar best om meer informatie te krijgen, maar dat lukte ook niet. Zij gaat ook door en zal het verderop nog eens vragen en ik beloof dat ik ze op tijd bij de gate heb.
Na ruim tien minuten om 16.15 komt er een vrouw met een rolstoel naar ons toe. We geven aan dat we assistentie voor drie personen hadden aangevraagd, maar zij zegt alleen dat ze in haar eentje is. We wijzen op de verlaten rolstoel en zeggen dat ik ook een rolstoel kan duwen. Prima, dus Leni gaat lopen, ik duw Ida en de mevrouw duwt Jacob. De vrouw blijft wel stug zacht in het Duits praten waardoor we niet alles mee krijgen. We gaan via de bekende sluiproutes langs de security, waar ik nu wel mijn water weg kan gooien, en piepen voor bij de paspoortcontrole. Als we bij de gates zijn, zien we al een bordje met A11. We moeten naar A21 dus zo ver kan dat niet zijn. De vrouw zet ons echter op een bankje om te wachten op een karretje. Waarschijnlijk dat zij weer snel door kan naar de volgende. Ze geeft ook aan dat onze vlucht vertraagd is, dus we hebben de tijd. Jacob krijgt een rood kaartje met een rolstoel erop in zijn handen, zodat de chauffeur van het karretje kan zien om wie het gaan. We moeten nog eens 10 minuten wachten en dan komt er een karretje bestuurd door een vrolijke vrouw met uitbundige krullen. Ze vraagt om de instapkaarten in de het Duits en herhaal dat ik het Nederlands. “Oh, Nederlands” is haar reactie en ze ratelt lekker door in het Nederlands met een Limburgs accent. Als we op het karretje zitten willen Leni en Ida eerst nog een foto, nou dat vindt de chauffeur helemaal goed en we maken er een kleine fotosessie van. Dan gaan we met het karretje op weg. Soms gaat het best hard, maar vaak moet ze tussen enorme mensenmassa’s door manoeuvreren. Wat ze vakkundig doet.
Aangekomen bij de gate zit een gedeelte van de groep al te wachten, de rest loopt waarschijnlijk rond. Het vliegtuig is er nog niet eens, dus hebben we nu eindelijk tijd om naar de wc te gaan. Als ik de wc binnen loop staat Leni al te wachten. Er zijn 2 wc’s. Na een tijdje is er nog steeds niemand van de wc’s gekomen. Leni controleert de deuren nogmaals, maar ze gaan niet open. We blijven gewoon wachten. Het is echter wel heel stil, er komt helemaal geen geluid uit de wc’s. Leni vraagt of ik de deuren eens wil proberen en ik doe ze allebei zonder moeite open. Leni had aan de deuren getrokken en je moest duwen. Hebben we een paar minuten voor lege wc’s gestaan 🙂 .
Ondertussen is het vliegtuig aangekomen en iets later kunnen wij erin. Ik zit bij de nooduitgang. Marika en Jacqueline zitten er naast. Bij het inchecken krijg je een melding dat je Duits en/of Engels moet spreken om bij de nooduitgang te zitten. Er komt ook een stewardess langs om te vragen of we Duits of Engels spreken. Ze vraagt of wij willen helpen in het geval van nood en ze legt kort uit hoe we de nooddeur open moeten maken. Daarna gaat ze naar de rij voor ons om hetzelfde te doen. Bij de eerste vraag gaat het echter al fout, want de drie vrouwen die daar zitten spreken alleen Frans. Er hoort ook een man bij de dames die wel Engels spreekt. De stewardess legt uit dat je Duits of Engels moet spreken om bij de nooduitgang te mogen zitten. Het vliegtuig is niet vol dus de dames moeten gewoon ergens anders gaan zitten. Hier begint het probleem. Ze staan nu wel in het gangpad, maar kijken een beetje besluiteloos om zich heen. Drie zijn naar voren, maar er staan er nog twee. Iedereen moet blijkbaar bij elkaar zitten. De piloot komt de cabine in en zegt dat ze gewoon moeten gaan zitten zodat we kunnen vertrekken dus gaan de twee dames weer in de rij van de nooduitgang zitten. Gelukkig nu niet meer naast het raam.
De stewardess moet naar de piloot luisteren, maar ik zou echt boos zijn in haar geval. Zij houdt zich aan de regels en de piloot negeert ze. Nee, ik ga er ook niet vanuit dat we neerstorten, maar die regels zijn er voor een reden.
Om 17.40, 20 minuten te laat, stijgen we op. De vlucht gaat heel snel, maar Amsterdam is ook niet zo ver natuurlijk. Tien minuten te laat landen we om 18.45. We lopen allemaal richting de bagage. Het duurt even, maar ook mijn tas komt op de band en ik ben niet eens de laatste. We nemen allemaal afscheid van elkaar, want het was een leuke groep voor een leuke reis. De enige die ontbreekt is Marion, want die had haar eigen vlucht geregeld. Zij komt over een half uur aan. Zonder problemen ga ik door de “nothing to declare” en buiten staan mijn ouders op me te wachten. Onderweg naar huis gaan we eten bij La Place bij Leiderdorp en dan is de vakantie echt voorbij.

20 juli – fort Bender en Chitcani klooster en Asconi

Net als gisteren ging de wekker om 6.30. Ik heb de foto’s nog even op de weblog gezet, want daar had ik gisterenavond geen zin meer in. Om half acht loop ik richting ontbijtzaal. Dit is het uitgebreidste ontbijt van de reis. Niet zo heel gek als je het hotel ziet. De kamer is ook het grootst van de reis, al vind ik de locatie in Butuceni het leukste.
Om half negen staat iedereen met z’n spullen beneden, maar helaas is Tudor, onze chauffeur, te laat. Hij is gisteren gewoon naar huis gegaan, aangezien Chisinau niet zo ver is. Tien minuten te laat is de bus er al. Behalve de chauffeur zit er ook een gids in de bus die de hele dag met ons mee gaat.
We laden alles in en gaan richting de eerste stop Fort Bender. Op weg daarnaartoe rijden we nog even door Tiraspol waar de gids het een en ander over verteld. Het voelt voor mij als mosterd na de maaltijd. Ze wijst dingen aan en zegt ook een aantal keer “voor volgende keer dat je in Tiraspol bent.”
Om kwart over negen zijn we bij Fort Bender. Het fort ziet er mooi uit en de gids heeft een goed verhaal, maar het gaat bij mij het ene oor in en het andere uit. Ik heb vandaag gewoon geen zin om er allemaal naar de luisteren. Ik ben dus ook meer bezig met mijn foto’s dan dat ik luister. Het begin het ik nog wel meegekregen. Er staat namelijk een enorme kanonskogel met aan de achterkant een trapje en een zitting bovenop. Dit heeft de maken met het verhaal van Baron van Münchhausen, die op een kanonskogel springt en in de lucht de vijand bespioneert, dan overspringt op een kanonskogel van de vijand en weer veilig in eigen kamp aan komt.
Voor de rest ziet het fort en mooi uit, maar meer dan een ommuurde binnenplaats met meerdere torens in de muur is het niet. Ze hebben nog wel een martelkamer met een aantal martelwerktuigen en de beschrijving. Wat een mens een ander aan kan doen.
Op weg naar het klooster stoppen we nog even bij een Sheriff supermarkt. Hier in Transnistrië is er heel veel van Sheriff, zoals veel supermarkten, tankstations en het voetbalstadion. We kunnen hier onze laatste roebels opmaken of terug wisselen. Ik heb nog 23 roebel dus ik koop een flesje drinken en een snoepreep. Ik heb nu nog netjes 2 roebel over.
Om iets na 11 uur zijn we bij Chitcani klooster. Hier leven zo’n 50 monniken (het getal varieerde een beetje, soms waren het 50 mensen, monnik en niet-monnik en soms 50 monniken). Ze proberen zo veel mogelijk zelfvoorzienend te zijn met eten uit eigen tuin. Ze koken alleen niet zelf, dat doet het dorp in toerbeurt. Onze gids vertelt wat, maar we krijgen onze eigen monnik mee. Die man klinkt een beetje als de Duracell reclame, maar dan het konijntje met de andere batterij. Net alsof de batterij bijna op is. Zijn verhaal bevat veel jaartallen en feiten en er lijkt geen einde aan te komen. Had ik al gemeld dat ik er vandaag niet zo’n zin in had? Misschien ligt dit ook gewoon aan mij. Het klooster zelf ziet er mooi uit. Als een na laatste worden we naar de wijnkelder gebracht en daar kunnen we wijn proeven. Ik besluit alvast naar de klokkentoren in het begin te lopen, want die mag je beklimmen. Het eerste stuk is een gewone trap en er zijn geen ramen en is ook geen licht, dus met mijn zaklamp in de hand loop ik het eerste stuk op. Daarna lijken sommige trappen meer op ladders. De treden bestaan ook alleen uit twee ijzeren staven. Als je hoogtevrees hebt en naar beneden kijkt kan ik me zo voorstellen dat je die niet kan waarderen. Onderweg kom je een aantal klokken (bellen) tegen, want de toren bestaat uit verschillende niveaus. Ik ben vrij snel boven en nu wachten tot ik de groep zie aankomen. Na een aantal minuten is dat zo, maar niemand kijkt omhoog. Ik besluit naar de beneden te gaan en halverwege kom ik de eerste van de groep tegen. Ik heb heen en terug 195 treden geteld en Olivier kwam op 191. Het hangt alleen een beetje van je definitie af. Ik heb elke stap omhoog (omlaag) geteld en dat waren niet altijd traptreden. Laten we het er op houden dat het er bijna 200 zijn.
We gaan rond één uur de grens over bij Varnita. Er komt een douanier de bus in en kijkt bij iedereen in het paspoort. We mogen zo door. Direct daarna stoppen we bij een tankstation voor een sanitaire stop. Daarna moeten we Moldavië weer in. De douanier daar wil even naar de bagage kijken, want het schijnt zo te zijn dat dit de achterdeur is voor de zwarte markt tussen Azië en Europa. We mogen na een paar minuten weer door.
Om kwart over twee zijn we zijn wijnmakerij Asconi. Hier beginnen we met een uitgebreide lunch. Eerst krijgen we soep en daarna komen hele grote houten schalen met vlees, gebraden groente en aardappel. Ook is er brood en salade. We krijgen het niet allemaal op met z’n allen.
Half vier begint de rondleiding. Dit is gewoon buiten en we lopen van gebouw naar gebouw, terwijl we ondertussen uitleg krijgen. De vrouw is goed te verstaan en haar verhaal is ook niet te lang. Ze laat ons ook de in aanbouw zijnde hotelkamers zien. Dit is best grappig, want bij Fort Bender en bij Chitcani klooster bouwen ze ook aan hotels.
Na ruim een half uur is de rondleiding voorbij en begint de proeverij. Jacob heeft niet mee gedaan aan de de rondleiding, maar wil best meedoen aan de proeverij. Ik wil juist het omgekeerde. Dus Jacob neemt mijn plaats in en ik ga gezellig bij Leni zitten.
Tegen vijf uur rijden we richting Chisinau naar het hotel. In de bus check ik met mijn telefoon alvast in voor de vlucht van morgen, het kan maar gedaan zijn. Het is druk in Chisinau en we staan in de file het laatste stuk naar het hotel. File hadden we nog niet gehad hier. Om zes uur zijn we er. Ik ga met Jacob en Leni in de lobby zitten. Ik zou ze namelijk inchecken zodat ze naast elkaar zitten. Dat was op de heenweg namelijk niet zo. Het is alleen nogal een gedoe om de instapkaarten op de telefoon van Leni te krijgen. De wifi wil maar niet aan. Uiteindelijk op de laptop gezocht wat we fout doen en lukt het toch.
Ik ga daarna maar mijn tas naar de kamer brengen, dezelfde als aan het begin van de reis. Ik besluit om niet met iemand te gaan eten, maar alleen met de bus naar het winkelcentrum met de geweldige naam “MallDova” te gaan. Volgens de receptie moet ik bus 22 hebben en opstappen bij het park tegenover het operagebouw.
Als ik om zeven uur naar de halte loop komt er net een bus 22 langs, helaas moet ik zo even wachten. Als ik een minuut later bij de halte sta komt de volgende 22 al aan rijden. Je stapt gewoon in en dan komt vanzelf de conducteur naar je toe waar je een kaartje moet kopen van 2 LEI (0,50 euro). Dit is voor één reis ongeacht hoe lang je in de bus zit. Ik kijk een beetje rond in de bus en het valt op dat iedereen of het geld in zijn handen heeft of het kaartje dat je net gehad hebt. Dat doe ik dan ook maar.
Na 10 minuten is de bus er. Het is een modern winkelcentrum met op de bovenste (3e verdieping) een “foodcourt”. Hier is een tentje dat gevulde pannenkoeken verkoopt. Mijn avondeten is dus pannenkoek gevuld met kersen en aardbeien inclusief aardbeien en wat besjes erin. De thee is best lekker, maar mierzoet, terwijl ze er ook nog twee zakjes suiker bij hebben gedaan.
Als mijn eten op is loop ik wat rond en kijk ik in de winkels. Ik heb uiteindelijk niets gekocht, maar vond het wel een prettige avond. Het was druk met Moldaviërs die aan het winkelen waren en weinig toeristen (die zijn er trouwens sowieso niet veel).
Kwart over negen vind ik het mooi geweest en loop weer naar de bus. Ook nu komt die snel en is de bus nog steeds heel druk. Ik sta in de buurt van de deuren, die helaas naar binnen opengaan. Elke keer als er mensen in en uit willen stappen word je wel tegen iemand aangedrukt. Zo leer je de plaatselijke bevolking wel kennen 😉 .
Tien over half tien was ik weer in het hotel. Inpakken doe ik morgen wel, we vertrekken pas om 11.45 richting het vliegveld.

19 juli – Transnistrië

Om 6.30 gaat de wekker, maar helaas lig ik al sinds 4.30 te draaien. Dat was een kort nachtje aangezien ik pas tegen één uur in bed lag. Gelukkig hebben we een lange busreis voor de boeg. We gaan vandaag naar Transnistrië, een staatje in Moldavië die niet erkend wordt, maar wel grenscontroles houdt en eigen geld. Ze betalen met Transnistrische roebel die gelijk is aan de Moldavische Leu (meervoud Lei). Maar eerst beginnen we met het ontbijt.
Het ontbijt is in de kelder en er is geen buffet, maar zodra je gaat zitten krijg je een bord met wat tomaten, komkommer, twee plakjes worst, twee plakjes kaas en een grote omelet van een geklust ei. Op tafel staat het bekende witte, droge brood. Het ei is wel veel, zeker op de vroege ochtend.
Na het ontbijt pak ik de laatste spullen in en ga met mijn tas naar buiten. De bus staat er al, dus lever ik mijn tas in. Buiten voor het hotel op een bankje zit Nicolae. Hij heeft een aantal van zijn boeken over de zigeuners bij zich om te verkopen en hij raakt ze allemaal kwijt. Hij signeert ook alle boeken. Is toch een leuk aandenken. Ik koop er geen, want ik ben juist bezig om boeken weg te doen.
Om half negen vertrekken we. Zoals gezegd is het een stuk rijden, maar de wegen zijn prima. Na een uur maken we een kleine fotostop. Net is daarvoor hebben we een paard en wagen ingehaald die nu dus netjes voorbij komt rijden voor de foto. Daarnaast was het weer een mooie plek om van het uitzicht te genieten.
Om kwart over tien hebben we een sanitaire stop bij een benzinestation. Henri vraagt zich af hoelang er ingepland is voor de grensovergang. Profetische woorden.
Om 10.50 zijn we bij de grensovergang bij Ribnitsa. Als alle paspoorten doorgegeven worden naar voren blijken er twee te missen. De paspoorten van Henri en Rian. Hun paspoorten zitten niet op dezelfde plek en Rian realiseert zich dat ze nog in het hotel in Chisinau liggen. We moesten daar bij aankomst onze paspoorten afgeven voor een fotokopie. Er worden wat grappen gemaakt hoe we ze naar binnen kunnen smokkelen, maar Jacqueline zegt na contact te hebben gehad met de lokale gids dat dat een te groot risico is. Je gaat dan in principe illegaal de grens over. Je moet bij het hotel echter ook je paspoort laten zien en bij het weggaan weer. Allerlei opties worden overwogen, een taxi vanuit Chisinau met de paspoorten sturen is te risicovol, want vindt maar een betrouwbare chauffeur. Zelf met een taxi naar Chisinau, er zijn hier geen taxi’s. Even terug rijden en ze op een goede plek afzetten, terwijl ze wachten op onze chauffeur, kan ook niet, want wij mogen niet terug en moeten door van de grensbewaking. Ondertussen is de chauffeur ook bezig en heeft de rijbewijzen van Henri en Rian in zijn handen. Helaas helpt dit ook niet. Henri en Rian moeten hier uitstappen en wachten tot de chauffeur terug is nadat hij ons bij het hotel heeft afgezet, wat volgens Jacqueline een uur kost, 30 minuten heen en 30 minuten terug. Wij hebben al door dat dat veel langer zal zijn en later blijkt dat Jacqueline een andere grensovergang in haar hoofd had. Voor we iets gaan doen, wordt er voor de zekerheid naar het hotel in Chisinau gebeld om te controleren of de paspoorten daar echt wel zijn. Die zijn daar niet. Henri kijkt even in de zakken van zijn jas, maar daar zit ook niets. Rian kijkt in het voorvak van haar cameratas en haalt er twee paspoorten uit. Al het gedoe dus om niets.
In de tussentijd is een douanebeambte onze bus in geweest en heeft bij elk paspoort gekeken of de persoon ook in de bus zat. Nu zijn alle paspoorten, inclusief die van Henri en Rian, op een kantoortje en worden alle voornamen en achternaam per persoon in een computer gezet. Jacqueline wordt er bij gehaald om alle namen uit te spreken. Om half twaalf mogen we verder. De vraag van Henri is bij deze beantwoord, het duurt 40 minuten om de grens over te steken naar Transnistrië.
Om kwart over één stoppen we in Tiraspol bij het parlementsgebouw met een groot Lenin beeld ervoor. We mogen even rondlopen voor wat foto’s. Aan de overkant is op een volgend een tank, de eeuwige vlam en het monument voor de onbekende soldaat te zien. De weg die we over moeten steken is ontzettend breed, officieel een vierbaansweg, maar in de praktijk breder. Er is een zebrapad waar iedereen ook netjes voor stopt. Dat verwacht je niet zo snel bij zo’n weg.
Na een kwartiertje stappen we allemaal weer in en gaan we naar het hotel, waar we een kwartier later aan komen. Tudor, de chauffeur, heeft wat moeite om de bak met extra bagage los te krijgen. De bak is namelijk te klein voor alle bagage, dus wordt er een gedeelte achterin de bus gezet en een gedeelte in de bak. Om achterin de bus te komen, moet hij eerste de twee bouten aan de rechterkant losmaken en dan kan de bak als een deur opzij zodat de achterdeuren van de bus open kunnen.
Nadat alle tassen op de kamer liggen gaan we geld wisselen bij het kantoortje net buiten het hotel. Direct daarna gaan we lunchen. We lopen naar de grote straat en gaan eten bij een restaurant wat we zagen toen we er met de bus voorbij reden. Ze hebben achter het restaurant een terras en het zit er prima uit. Op de muur zijn Frans aandoende tekeningen van mensen op een terras geschilderd. We bestellen en krijgen redelijk snel ons eten, het smaakt echt goed en het is zeker niet duurder dan in de rest van Moldavië. We genieten zo’n anderhalf uur van het terras en stappen tegen 4 uur op. Marion gaat haar eigen weg en Marijke, Marika, Rian, Henri en ik gaan naar een park. Ze willen naar het Kirov park aan de rivier. Een probleem het park aan de rivier heeft anders. We lopen toch naar het Kirov park. Onderweg komen we nog langs de winkel van Kvint, een wijnmakerij en distilleerderij. Je kon hier ’s middags heen voor een excursie en proeverij, maar behalve de familie heeft niemand dat gedaan. De winkel is wel toegankelijk, dus nemen we even een kijkje.
Dan komen we aan bij het park. Dit is een heel gek park. Er staan een aantal bomen op een rij met banken eronder, maar er is ook een veld met onkruid. In het midden staat een kerk in aanbouw een aan een zijkant een soort klokkentoren. Bij de kerk zitten twee mannen en Henri raak aan de praat. Ze verstaan elkaar totaal niet, maar Henri krijgt de man zo ver om sleutels te halen om de kerkdeuren open te doen. We hebben dus een inkijkje in de kerk in aanbouw. Binnen is duidelijk te zien dat het nog niet af is, want op verschillende plaatsen steken bijvoorbeeld de snoeren uit de muren. Na een klein rondje gaan we weer naar buiten en bedanken de man.
We gaan toch maar naar het park bij de rivier, het Wollant park. Onderweg lopen we via iemands achtertuin, dat op een parkje lijkt en komen we nog een kerk tegen die wel af is en waar een dienst bezig is. Hier blijven we even hangen. Die stemmen die door de kerk galmen geven echt een mooi geluid.
Om half zes zijn we dan eindelijk bij het park. Het is zeker beter onderhouden dan het eerste park, maar heel boeiend vind ik het niet. Als we richting de rivier lopen worden ons ineens een vraag gesteld door een jongen met microfoon, geflankeerd door moeder en vader met een videocamera. We begrijpen er natuurlijk niets van en kunnen geen antwoorden geven. Alhoewel ik was gewoon doorgelopen en bekijk het van een afstandje. We snappen wel dat het voor een schoolproject is. Zoiets is mij in Lima, Peru, ook al eens overkomen.
We lopen de brug op en kijken over de rivier. Aan weerszijde zijn zandstranden gemaakt om te kunnen zwemmen in de rivier. Het ziet er leuk uit, maar we zijn allemaal een beetje moe en hebben vooral dorst. We nemen plaats op een terras dat uitkijkt over de rivier. Marika, Marijke en ik bestellen een huisgemaakte limonade met een een of andere vrucht. Wat het was weet ik niet, maar het werkte enorm dorstlessend. Na een ruim half uur gaan we richting het hotel. We nemen de iets langere route, zodat we langer langs de rivier kunnen blijven lopen. Google maps op mijn telefoon stuurt ons de eerste keer wel een doodlopende straat in, maar daar komen we gelukkig snel achter. Onderweg komen we ook langs een supermarkt waar ik een fles water koop en twee knuffels voor de neefjes. De knuffels hebben niets met Moldavië te maken, maar dat zal hun niet uitmaken.
We komen ook langs de markt die we even snel over lopen. Niets wat we willen hebben. Het is intussen half acht als we bij het hotel aan komen. In de lobby zitten Jacob en Leni te wachten op andere mensen die willen gaan eten. We spreken om 8 uur af, zodat we allemaal even onder de douche kunnen. Het was een warme dag met temperaturen rond de 30 graden.
We gaan eten in het restaurant van het hotel. Een slecht idee blijkt later. Het is veel duurder dan waar we ’s middags waren, de porties zijn kleiner en we moeten een uur tot anderhalf uur wachten op ons eten. Iets na half tien krijgt Henri als laatste zijn eten. Ik er niet iets voor. Tegen 10 uur haak ik af. De rest neemt nog een toetje of een glas wijn, maar ik moet mijn foto’s en weblog nog doen en hoop dat ik dit keer voor 12 uur op bed lig. Helaas ben ik kwart over 12 pas klaar.

18 juli – Rudi klooster en Soroca

Om 6 uur ging de wekker. Toen ik opstond had ik wat last van slaap in mijn ogen. Na een aantal minuten had ik het door, ik was gisteren vergeten mijn lenzen uit te doen. Voor de vakantie heb ik altijd daglenzen en die zijn zo dun, die voel ik echt niet. Snel mijn lenzen maar uitgedaan en mijn ogen even laten tranen. Ondertussen maar de tas verder ingepakt en daarna mijn nieuwe lenzen ingedaan. Om 7 uur konden we ontbijten, dus kwart voor zeven ga ik op pad. Dit keer wel met fototoestel, want ik heb helemaal nog geen foto van die dorp gemaakt. Het is weer heerlijk rustig. Ik zie onderweg zelfs twee eekhoorns en een heleboel vogels. Het heeft echt iets rustgevens om zo in de vroege ochtend door dit dorpje te wandelen.
Het ontbijt is uiteraard hetzelfde als gisteren en smaakt prima. Ook dit keer maar weer rijstebrij genomen, zoveel beter dan dat brood. Het brood doet me nog het meest aan glutenvrij brood denken, ook zo droog en smakeloos.
Het ontbijt ging sneller dan verwacht en ik ben dus ruim op tijd weer terug bij mijn huisje. Ik poets mijn tanden en doe alles in de tas. Juist als ik met mijn boek in de hand ga zitten, hoor ik getik. Iets later weer. Wat is dat nou? Ik pak mijn camera en ga naar buiten. Daar is het weer, bij de elektriciteitspaal en dan zie ik het, een specht. De specht is op verschillende plekken van de paal aan het tikken geweest.
Om 8 uur is Tudor, de chauffeur, er al. Het is al de hele tijd dezelfde chauffeur. Jacqueline heeft verteld dat het de vader van de grote baas is, die het leuk vindt om af en toe te rijden. Daarnaast is het nu heel druk en is het alleen maar handig. We zijn trouwens door de grote baas met de grote bus van het vliegveld gehaald. Hij rijdt blijkbaar ook nog af en toe.
Eerst worden al onze spullen ingeladen en dan rijdt de bus naar de receptie voor de anderen. Ik loop alvast die kant op, misschien heeft Ida nog hulp nodig. Ze staan al te wachten en ik til de tassen van Leni en Jacob het trapje af, Ida heeft alles onder controle. We stappen allemaal in en rijden terug naar het begin van het dorp waar de rest instapt. Om half negen zijn we weer op weg.
Twee uur later stoppen we bij een benzinestation waar we eten voor de lunch kunnen kopen. Er is niet heel veel, dus ik koop voorverpakt croissants gevuld met kersengelei of vanille/aardbeien room. Naast het benzinestation is een veld met zonnebloemen. Kunnen we allemaal eindelijk onze gewilde foto van de zonnebloemen maken.
Lieselotte voelt zich niet lekker en aangezien we vlakbij Soroca zijn, gaan Eduard en zij alvast naar het hotel. We rijden dus even een klein rondje om ze af te zetten en gaan daarna op weg naar het Rudi klooster. Op de kaart is het niet zo ver, maar na de rotonde stop ineens de normale weg. Er is hier wel eens asfalt geweest, maar het is vaak stuk en soms helemaal weg.
Op een zijweg staat een monument voor de geodetische boog van Struve. Dit is het enige UNESCO werelderfgoed van Moldavië. Ik had al gelezen dat het een klein monumentje is en dat is het ook. Het monument is bedoeld voor astronoom Friedrich Georg Wilhelm von Struve die tussen 1816 en 1855 met behulp van driehoeksmetingen de afstand tussen Hammerfest in Noorwegen en de Zwarte zee heeft gemeten, 2820 km. Nadien zijn in beide eindpunten astronomische waarnemingen gedaan en met al die gegevens konden ze de vorm en grootte van de aarde nauwkeuriger bepalen.
Na dit korte fotomoment gaan we weer verder naar het Rudi klooster. Kwart voor een komen we hier aan. Hier leven conservatieve nonnen, die weinig of heel zachtjes praten en moeten we dus ook. Alle vrouwen zonder rok over de knieën krijgen een wikkelrok om aan te doen. Een lange broek is voor vrouwen ook niet goed. De schouders moeten ook bedekt, maar blijkbaar heeft mijn T-shirt te korte mouwen, want ik krijg ook een hele lelijke synthetische blouse met bloemenmotief. Ook een hoofddoek is verplicht. Volledig verkleed betreden wij het klooster. Daarnaast mag ongeveer niets in het klooster, waaronder fotografen. De meeste van ons fotograferen geen bewoners, maar de kerken hadden we allemaal al op de foto vanaf de andere kant van het hek voordat iemand iets zei.
Ik vond de kerken iets weg hebben van sprookjeskastelen. Ik had meer een Disney gevoel dan dat ik in een klooster was. Het enige echt memorabele zijn de wc’s. Van buiten zijn het mooie nieuwe houten huisjes, maar van binnen is de ammoniaklucht niet te harden. Er was wel wc-papier en naast de wc’s was er een wasbak met stromend water, dus het had erger gekund. Toen ik de wc uitkwam hoorde ik een vrouw best hard praten, het bleek een non te zijn die via een mobiele telefoon aan het bellen is. Had ik hier niet helemaal verwacht.
Net buiten het hek, bij de bus eet ik mijn lunch op. Ik had ook bananen. We konden namelijk toen we Eduard en Lieselotte afzetten even nog wat fruit kopen op het marktje voor het hotel. Ik had 6 bananen waarvan ik er 2 zelf eet, 2 geef ik er aan Leni en Jacob en 2 ruil ik voor 2 mandarijnen met Henri en Rian.
Tegen twee uur gaan we weer richting Soroca. Jacqueline heeft een afspraak geregeld met Nicolae, de directeur van het museum en fort van Soroca. Daarnaast heeft hij veel contacten met de zigeuners hier en zal ons door die wijk rondleiden. Om drie uur zijn we bij het fort. Lieselotte voelt zich weer beter, dus Eduard en zij wachten ons op bij het fort. Daar is ook Nicolae al te vinden. Het was de bedoeling dat hij alleen een rondleiding zou geven door de zigeunerwijk, maar hij brandt direct los. Hij is super enthousiast en dat kan hij ook overbrengen. Hij vertelt alleen heel veel, heel snel. Eén mooi verhaal wil ik hier toch wel vertellen. In de Sovjettijd is hem geleerd dat de Sovjets Moldavië van Turkse overheersing hebben bevrijd, maar dat blijkt helemaal niet waar te zijn. Toen Moldavië onder de voet gelopen dreigde te worden door de Turken besloten ze een akkoord te sluiten met de Turken. Ze besloten de Turken geld te geven, wat de Turken ook wilden, maar onder drie voorwaarden. Ten eerste: Turken mochten geen land kopen/bezitten in Moldavië, ten tweede: de Turken mochten geen huizen bouwen en ten derde: De Turken mochten geen moskeeën bouwen. De Turken hebben Moldavië dus nooit bezet, maar de echte bezetters waren de Sovjets.
Na drie kwartier gaan we met de bus naar de zigeunerwijk. Het is waarschijnlijk niet iets wat je verwacht bij de term “zigeunerwijk”. Er staan kasten van huizen. Geen is er echter af, want dan hoef je nog geen belasting te betalen. Ze hebben hele aparte stijlen, maar veel Indiase invloeden en veel zuilen. Ook “mooie” zilverkleurige daken komen langs. Ze hebben echter geen stromend water in huis (misschien een aantal wel trouwens) en ze bewonen eigenlijk maar een kamer. De rest is voor show. Direct worden we aangesproken, maar als ze Nicolae zien gaan ze vaak met hem een praatje maken. Ik voel me een stuk prettiger met hem in de buurt. Het wordt ook afgeraden om als toerist door de wijk te lopen.
De volgende stop is de begraafplaats. Ook hier heeft Rudi weer een hoop verhalen te vertellen. Tussen de graven staan heel veel picknick tafels, die zijn voor paaszondag en paasmaandag. Dan is het hier groot feest. Ze komen dan alle samen bij de graven om de overledenen te gedenken en te vieren. Er zijn nu eigenlijk alleen maar zigeunergraven, maar de eerste was een echte gangster. Hij is ook doodgeschoten. Zijn vrienden wilde hem op een bepaalde plaats op de begraafplaats begraven hebben, maar de priester zei nee. “Jawel” zeiden de vrienden, “nee” zei de priester. “Wel of we gooien je kerk plat”. “Oké” zei de priester. Nadat de gangster begraven was kwamen de vrienden erachter dat hij eigenlijk op de plek van afvoer van de wc’s begraven is. Ze gingen verhaal halen bij de priester en die zei: “Ik heb toch gezegd dat je hem daar niet moet begraven.”
De graven op zich zijn ook apart. Alle hebben een verticale steen met meestal een volledige afbeelding van de overledene. Wat ik daar zo apart aan vind is dat sommige echt een onflatteus “foto” van zichzelf hebben gebruikt.
Dit was de laatste stop met Nicolae en we gaan naar het hotel. De kamer ziet er prima uit. Ik blijf er alleen niet zo lang, want ineen bedenk ik me dat hier de vermaarde frambozenjam te koop moet zijn. Ik loop eerst zelf een rondje, maar kan niets vinden. Ik vraag het vervolgens aan de balie van het hotel en ik word naar een mini markt gestuurd die 24 uur open is. Die heeft alleen jam die niet uit Soroca komt. De verkoopster vertelt dat ik op de markt moet zijn en dat die morgen om 8.45 weer open gaat. Ze gaat zelfs met me mee naar buiten om aan te wijzen waar het is. Helaas gaan we morgen al om 8.30 weg, dus ik ben bang dat de frambozenjam er niet in zit.
Ik ben om zeven uur weer bij het hotel en daar zijn Marika en Marijke ook. De rest van de groep is allemaal naar de pizzaria gelopen, maar wij besluiten naar het fort te gaan, want daar is ook een restaurant. Het is een buitenterras waar een wit circustentdoek overheen gespannen is. We nemen plaats en bekijken de kaart. Ze hebben maar een Engelstalige kaart. Onze ober heeft Tudor, hetzelfde als onze chauffeur. Het is ene jongen van ongeveer 16 die aandoenlijk zijn best doet, maar niet zo goed is. Als hij probeert een fles wijn open te maken breekt eerst de kurk in tweeën en bij het tweede stuk kurk breekt er een klein stukje glas af. Marijke vertrouwd het niet meer en wil een andere fles. Weet jij veel of er splinters in de wijn zijn gevallen. De manager wordt er bij gehaald en we krijgen een andere fles, die door een ander wordt opengemaakt. Bestellen van het eten gaat ook niet helemaal goed. Ten eerste hebben ze de dingen die we willen helaas niet en als we dan onze bestelde kip op spies met saus en verse groente krijgen is er geen spies en geen saus. En de groente zijn een paar schijfjes komkommer en partjes tomaat. Als we on de saus vragen krijgen we een klein bakje ketchup. We besluiten nog een toetje te nemen, hun specialiteit, gefrituurd ijs. Het ijs wordt door een paneerbeslag gehaald en dan heel even gefrituurd en dan opgediend. Het smaakt best lekker.
Om half tien zijn we terug gelopen. Helaas was het nu harder gaan regenen (heen druppelde het alleen maar). Het is wel nog steeds 21,5 graden, dus koud is het niet. In het hotel komt Marika even langs op de kamer om de ansichtkaarten naar huis te regelen. Aangezien we ze hier niet zien hebben we besloten onze eigen foto’s te gebruiken en via Greetz te verzenden. We hebben gelukkig niemand die postzegels verzamelt, want daar heb je niet veel aan met deze methode.

17 juli – Butuceni en Trebujeni

Om 7.30 gaat de wekker. Ik heb de tijd want ik moet pas om half tien bij de receptie zijn voor de ochtendwandeling met gids. Ik heb beter geslapen dan in Chisinau, maar ben toch al ruim voor de wekker wakker. Het bed is echter wel veel harder, heerlijk, en het de zon schijnt niet door de gordijnen.
Het is zo’n 8 minuten lopen naar het restaurant. Het is heerlijk rustig in het dorp en meer dan een motorrijder kom ik niet tegen. Het dorp is trouwens een stoffige straat met aan weerskanten huizen, meer niet. Aangezien het brood hier heel droog is neem ik een o.a. bolletje rijst als ontbijt. Best apart, maar smaakt goed. Het lijkt een beetje op rijstebrij. Om half tien verzamelen de meeste groepsleden zich bij de receptie. We lopen met onze gids, Violette, naar het traditionele huis, iets voorbij het restaurant. Liks van de deur is een hele kleine kamer, waar een gezin wel met 10 kinderen woonden. Het fornuis staat midden in de woonkamer en er achter/boven op een verhoging sliepen de kinderen. Rechts van de deur is de gastenkamer. Die werd door het gezin niet gebruikt. Er is ook geen verwarming, dus ’s winters wilde je er waarschijnlijk ook niet zijn. Behalve als gastenverblijf werden er ook de mooie kleden en belangrijke spullen bewaard. Er is ook nog een andere “woonkamer” met dezelfde indeling alleen uitgehakt uit de rots en met een rond plafond. Dit is de zomer keuken, maar daar woonde de familie in de zomer. Het grootste verblijf is een uitgehakt wijnkelder. Dit deed tevens dienst als koelkast. Dat staat er nog een kippenschuur op het erf en dan hebben we alles gehad.
We lopen via een trap aan de achterkant omhoog naar de rotskerk. Dit hebben we gisteren al van het uitzichtpunt gezien. Van ver lijkt het een heel klein kapelletje, maar het is eigenlijk de de ingang van de trap naar beneden, de rots in. De deur is alleen helaas dicht. We lopen door naar het klooster om dat te bekijken en om de sleutel te hangen. Het klooster ziet er mooi uit, maar dat van gisteren was mooier en groter. We lopen nu met een monnik terug naar de ingang van de rotskerk. Dit is helemaal uitgehouden uit de rotsen. Er zijn ook allemaal kleine uitgehouden cellen voor de monniken. Deze worden nu niet meer gebruikt. Iedereen heeft moeite met rechtop staan, maar op het stuk wat net wat hoger is, kan ik precies staan, dus de plafondhoogte zal tussen de 1,50 en 1,65 m liggen.
Het is nu elf uur en de toer met gids is afgelopen. Ze loopt nog wel een stuk met ons mee, want ze moet naar het museum en dat is onderaan de richel waar de rotskerk en het klooster op staan. Marika, Marijke en ik besluiten om te gaan wandelen naar het andere dorp. Er zijn twee manieren om dat te doen. Een is langs de voet van de richel te lopen en de ander is door de akkerbouw heen de bandensporen volgen. We willen eigenlijk met de eerste optie beginnen, maar kunnen het begin van het pad niet vinden en besluiten via de tweede optie te beginnen. Dan moeten we eerst de brug over en dan staan we direct bij het museum, dat we dan maar besluiten direct te bezoeken. We betalen het wereldbedrag van 10 LEI (50 cent), maar daar krijg je ook wat voor. Het museum is één kamer met zo’n 8 à 10 vitrines met archeologische vondsten. Na een kwartier, inclusief wc-bezoek, staan we weer buiten. We lopen verder op de weg en na 50 meter begint het pad met de bandensporen. Aan de linkerkant groeit maïs en aan de rechterkant staan een hoop fruitbomen, zoals perzik, pruim en appel.
Na een uur zijn we aan het einde en staan we weer bij de grote weg. Aan de andere kant van de weg zijn de ruïnes van een Romeins badhuis. Na een kort bezoek lopen we de brug over en zijn we in Trebujeni. We gaan op zoek naar een plek om te lunchen en zien bordjes van twee “casas” rechts en een bord van “Villa Roz” links. Daar hebben ze alles, je kan er eten, ze hebben kamers, je kan er met je caravan of tent terecht, in ieder geval volgens het bordje. Er is wel een dicht hek. Gelukkig is het niet op slot en Marijke gaat poolshoogte nemen. Er komt een man naar buiten, Alex, en hij zegt dat als we 40 minuten hebben we hier kunnen eten. Alles komt uit eigen tuin, maar ze moeten het nog maken. We zullen soep en salade krijgen. Als we de tuin in lopen zitten Rian en Henri er al. Zij blijken mij ook een mail gestuurd te hebben dat ik hier naar toe moest voor de lunch. Zij hebben die al op en het smaakte goed. Het is een heerlijke plek waar ze zitten. Het is overdekt en de wind zorgt voor de rest van de verkoeling. Uiteindelijk blijven we hier 2,5 uur zitten. Hans, Carien en Olivier komen ook nog aanwaaien voor de lunch. Alex, onze ober, is een Oekraïner die hier helpt of eerlijk gezegd de boel runt. De eigenaresse schrikt van zoveel klanten en zegt gewoon dat er niets gegeten kan worden. Ze komt nog wel zelf de polenta brengen en heeft zich voor de gelegenheid in een traditionele blouse gestoken. Ze snijdt voor ons de polenta met een stukje touw in mooie partjes en verdwijnt dan weer. Aangezien we geen wijn willen krijgen we verse vruchtensap. Eerst een kan met bessensap en daarna met abrikozensap. Beide zijn heerlijk. De volledige maaltijd kostte ons 495 LEI (25 euro). Alle drank kregen we van het huis. We besluiten om iedere 100 LEI (5 euro) te geven, dus krijgen ze 105 LEI fooi. Dat hebben ze wel verdiend.
Om 15.20 besluiten we terug te lopen. We hebben eigenlijk weinig van het dorp gezien, maar het is niets anders dan ons “eigen” dorp. Er is nog wel een kerk in de verte te zien, maar Marijke wil er niet heen lopen om er dan achter te komen dat die dicht is. Dit blijkt later ook echt het geval te zijn horen we van anderen. We nemen nu de weg langs de voet van de richel terug. We komen dan vrij snel langs een aantal grotten halverwege de helling. We besluiten deze wel te bekijken. Het is overduidelijk dat dit vroeger zee was, want er zijn veel schelpen zichtbaar. Waar de grotten voor dienden weten we niet, maar het is een soort galerij flat van uitgehakte “appartementen”. Als we bij de gotten staan zien we Marion en Jacqueline richting Trebujeni lopen en Hans, Carien en Olivier weer op de terugweg.
Wij gaan via hetzelfde pad weer naar beneden en vervolgen onze weg. Marijke is onze gids en loopt voorop. Het is een heel smal pad en je kan alleen achter elkaar lopen. We komen nog een kapelletje tegen waar uit twee pijpen water stroomt, dit zou je kunnen drinken, maar ik gebruik het even om mijn hele stoffige voeten (ik heb sandalen aan) even af te koelen en af te spoelen, heerlijk. Onderweg komen we langs een stier, een paar koeien en een paard. Alle beesten staan wel vast met een ketting, al is die best lang. De beesten kijken niet op of om als wij langs lopen, ze zijn het blijkbaar gewend.
Ik loop steeds als laatste en dat heeft een reden. Hans, Carien en Olivier hadden een slang gezien op hun wandeltocht heen op deze route. De slangen zijn hier volkomen ongevaarlijk, maar ik heb het niet zo op die beesten. Als ik achteraan loop moeten alle slangen al verdwenen zijn voor ik er ben. Helaas. Op eens zie ik een zwarte of donker grijze slang een meter voor me richting rivier en van mij af wegvluchten. Het deed niets, maar leuk vind ik het niet.
We komen ook langs een appelboom en deze staat niet op iemand erf, dus vinden we het tijd voor een appel-pauze. De appels zijn bijna rijp, maar een beetje zuur is best lekker.
Wat opvalt is dat de route zo schoon is. Er ligt eigenlijk geen rommel. Als we dan een lege wijnfles zien liggen besluit ik die ook mee te nemen. Helaas ligt er iets verder ook nog een bierblikje wat ik dan ook maar mee neem. Een uur en drie kwartier nadat we uit Trebujeni zijn vertrokken zijn we weer in Butuceni. Ik gooi de fles en het blikje weg en we gaan naar onze kamers. Het is tijd voor een duik in het zwembad. Het water is best fris als je erin gaat, maar na 30 seconden is het heerlijk na de wandeling. Het was tijdens wandeling af en toe best heet, maar over het algemeen is het een lekkere temperatuur hier in Moldavië.
Om zeven uur besluiten we te gaan eten in het kleine restaurant in de buurt van onze huisjes. Rian, Henri en Marion, zitten er al met een fles bier. Het blijkt dat de kaart ongeveer een derde is van het andere restaurant. Ze drinken hun bier op en we lopen naar het grote restaurant. Het is hier drukker dan gisteren. Buiten is eigenlijk alleen nog plaats in een beetje een uithoek van het restaurant. Er is niet één terras, maar er zijn meerdere plekken gerealiseerd om te gaan zitten. Marika gaat alvast menukaarten halen. Nadat iedereen zijn keuze gemaakt heeft gaan Marika en ik het bij de balie bestellen. De kersentaart (placinta heeft het) is er niet meer, maar nog wel kersendumplings, dan proberen we die. Helaas blijkt nu de patat, coca cola en witte wijn er (nog) niet te zijn.
Het eten komt nu een stuk sneller en de kersendumplings smaken heerlijk. Zelfde kersensoort als gisteren, beetje zuur maar juist wel lekker in zo’n gerecht. Om het afrekenen ook niet te lang te laten duren ga ik bij de balie om de rekening vragen. Daarna rekenen we allemaal uit wat we gegeten hebben en leggen het geld op tafel. Aangezien we de rekening nog niet hebben gaan we maar met het geld naar de balie/kassa. Ze blijken andere dingen aan het doen en onze rekening wordt ter plekke alsnog gemaakt. We betalen en vertellen aan de anderen dat het klopte. Zij blijven zitten, terwijl Marika en ik terug naar onze kamers gaan. Ondertussen is het ook al weer bijna half tien.
Op de kamer nog even naar huis gebeld, was binnen gehaald en alvast een gedeelte van mijn tas ingepakt.